Gezondheid en ziekte                                                                                                                                                  
                                     

Het is bekend dat bij oudere dieren diverse ouderdomskwalen kunnen ontstaan.

 

  • nierproblemen
  • het niet meer zindelijk zijn
  • vermageren
  • arthrose (gewrichtsproblemen)
  • tumoren
  • slechter zien en horen
  • gebitsproblemen
  • verminderde hersenfunctie (dementie).

 

Oudere dieren hebben vaak wat extra ondersteuning nodig. Een goede basis wordt gelegd door uw hond een speciaal seniorenvoer te geven. Een dergelijk voer heeft
een speciale samenstelling: naast een aangepast energie-gehalte heeft het een verhoogde verteerbaarheid en bovendien worden lever en nieren ontzien.
Hierdoor kunt u de kwaliteit van leven van uw hond zo groot mogelijk houden.
 


  • Gebitsproblemen
    • uit de bek stinken
    • minder eetlust
    • wil geen warm of koud eten

              Dit kan worden veroozaakt door: tandsteen, ontstoken tandvlees of aangetaste kiezen of tanden.

              Het gebit van de hond is een carnivorengebit dat zo gebouwd is dat het een prooi kan vangen en verscheuren. De hoektanden zijn de belangrijkste tanden van
              het gebit.

              Het gebit van de hond bestaat uit 42 elementen te weten:12 snijtanden, 4 hoektanden en 16 kleine kiezen en 10 grote kiezen

              Tandproblemen
              Oorzaken van tandaandoeningen bij huisdieren:

    • Het fas: kleinere rassen hebben vaker scheef- of te dicht opeenstaande tanden wat leidt tot gebitsproblemen
    • Voeding, plakkerige voeding leidt sneller tot tandplaque
    • Leeftijd, hoe ouder hoe sneller gebitsaandoeningen
    • Slechte mondverzorging!

             Een regelmatige verzorging van het gebit is van belang voor het gezond houden van tanden, kiezen en tandvlees. Dit geldt voor uzelf maar zeker ook voor
             de hond en de kat.

             Wanneer het gebit niet regelmatig verzorgd wordt kunnen er een aantal problemen ontstaan:
     

            Er is overigens een individuele gevoeligheid voor tandplaquevorming en de ernst van de gevolgen. De een heeft er sneller last van dan de ander!

    tandformule van de hond. Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht
      Wat kunt U waarnemen als uw hond of kat gebitsproblemen heeft?

    • een slechte adem
    • verminderde eetlust
    • moeilijk kauwen/ krabben langs de bek
    • bloedend tandvlees
    • kwijlen
    • aanwezigheid van tandsteen
    • sloomheid

      Wat kunt u doen om gebitsproblemen te voorkomen?

    • Poetsen. Dit kunt u doen met een speciale tandenborstel voor hond/kat (evt. in combinatie met een speciale tandpasta). Ook het dagelijks mechanisch reinigen van het gebit en het tandvlees met bijvoorbeeld een gaasje helpt om tandplaque te voorkomen.
    • Het geven van droogvoer als voeding en zo min mogelijk blikvoer.
    • Er bestaan speciale voeders die bestaan uit wat grotere brokken. Bij deze brokken dringt de tand dieper door in de brok waardoor tandplaque en andere etensresten verwijderd worden.
    • Jaarlijkse controle bij de dierenarts en indien nodig het gebit reinigen en polijsten.)
    • Jaarlijkse controle bij de dierenarts en indien nodig te reinigen en te polijsten
       

     


  •  
  • Gewrichtsslijtage (arthrose)
    •  
    • Sympthonen
      • minder actief
      • moeilijker overeind kunnen komen
      • Startkreupelheid die verdwijnt als de hond even gelopen heeft
      • pijnuitingen

      Oudere honden kunnen gewrichtsslijtage krijgen. Dit kan in de voor- of achterpoten maar ook in de rug voorkomen.

      Vaak zie je dat de honden moeite hebben om op te staan en dat ze minder graag uit willen. Ook kunnen ze nog wel eens gaan liggen tijdens het uitlaten of
      zie je dat ze humeurig zijn en uitingen van pijn geven.

      Door middel van een orthopedisch onderzoek kan worden gelokaliseert waar het probleem zit en kan in overleg worden besloten om te gaan behandelen of
      verder onderzoek uit te voeren.

       

       

      Door middel van een rontgenologisch onderzoek kun je de mate van arthrose in een
      gewricht zichtbaar maken. Dit is vooral van belang voor de prognose.

      Met behulp van bewegingsadvies, gewichtscontrole, speciale voeding en medicijnen
      kun je een verbetering van de kwaliteit van leven geven.
      Er zijn verschillende medicijnen die je kan gebruiken. Deze varieren van pijnstillers
      ot medicijnen die proberen om het gewricht soepeler te maken.
       

    •  

       

       



       

  • Tekenen van een (beginnend) nierprobleem:
     
    • meer gaan drinken en plassen
    • minder eetlust
    • vermageren
    • slechte adem
    • overgeven en/of diarree
    • lusteloosheid en zwakte

      Bij een gezonde hond zie je geen van bovenstaande verschijselen. Indien er een nierprobleem aanwezig is kun je die verschijnselen juist wel waarnemen bij je hond.


       

       

  • Hartproblemen
     
    • sneller vermoeid, minder uithoudingsvermogen
    • hoesterigheid, met name īs morgens vroeg
    • vermageren of juist een dikke buik krijgen (door vocht vasthouden)

      Indien uw hond een van de bovenstaande verschijnselen heeft dan is het verstandig om met uw hond bij Uw dierenarts langs te gaan.


       

       

  • Tekenen van hersenveroudering (ook wel dementie genoemd) bij honden:

      *De hond vertoont desorientatie verschijnselen:

    • weet de weg naar huis niet goed meer te vinden / wil bij de buren naar binnen
    • lijkt in een onbekende omgeving verloren te zijn en later ook in een bekende omgeving
    • herkent kennissen en later de eigenaar niet meer
    • is minder alert en vertoont doelloos gedrag (rondjes lopen, ijsberen)
    • staart in de ruimte of naar de muur

      *De hond heeft geen ruimtelijk inzicht meer:

    • wil door kleine openingen gaan
    • zit regelmatig klem tussen objecten en blijft dan zo staan

      *De hond heeft minder interactie:

    • begroet familieleden niet meer
    • reageert niet meer op aanhalen
    • vraagt niet meer om aandacht
    • speelt minder vaak met familieleden of andere honden
    • reageert niet meer op mondelinge opdrachten

      *De hond heeft een verstoord slaappatroon:

    • slaapt meer overdag en/of minder 's nachts
    • slaapt zowel overdag als 's nachts
    • doolt 's nachts door het huis
    • begint zomaar 's nachts te blaffen

      *De hond is niet meer zindelijk:

    • vraagt niet meer om uitgelaten te worden
    • heeft regelmatig "ongelukjes" in huis: doet zijn behoefte in huis, omdat hij vergeten is dat hij buiten moet plassen of poepen

       

  • Bronvermelding: